Meer over Kerkdiensten

Ds. J. Joppe /

Ochtenddienst

21 apr2019 09:30

Schriftlezing : Johannes 20 : 1-18


Dienst der offeranden:

-  Diaconie bestemd voor: SEZ/Bonisa/Stephanos
- kerkvoogdij
- opleiding predikanten

 

Liturgie:

Ps. 30 : 3
Gez. 1 : 9
Schriftlezing: Johannes 20 : 1 - 18
Ps. 42 : 2 en 3
Ps. 31 : 5 en 17
Ps. 62 : 4 
Prediking n.a.v.: Johannes 20 vers 15-16
Thema: De verschijning van de opgestane Heere aan Maria
- Diepe droefheid
- Opzoekende zondaarsliefde
- Vreugdevolle belijdenis

Johannes 20
1 En op den eersten dag der week ging Maria Magdalena vroeg, als het nog duister was, naar het graf; en zag den steen van het graf weggenomen.
2 Zij liep dan, en kwam tot Simon Petrus en tot den anderen discipel, welken Jezus liefhad, en zeide tot hen: Zij hebben den Heere weggenomen uit het graf, en wij weten niet, waar zij Hem gelegd hebben.
3 Petrus dan ging uit, en de andere discipel, en zij kwamen tot het graf.
4 En deze twee liepen tegelijk; en de andere discipel liep vooruit, sneller dan Petrus, en kwam eerst tot het graf.
5 En als hij nederbukte, zag hij de doeken liggen; nochtans ging hij er niet in.
6 Simon Petrus dan kwam en volgde hem, en ging in het graf, en zag de doeken liggen.
7 En den zweetdoek, die op Zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de doeken liggen, maar in het bijzonder in een andere plaats samengerold.
8 Toen ging dan ook de andere discipel er in, die eerst tot het graf gekomen was, en zag het, en geloofde.
9 Want zij wisten nog de Schrift niet, dat Hij van de doden moest opstaan.
10 De discipelen dan gingen wederom naar huis.
11 En Maria stond buiten bij het graf, wenende. Als zij dan weende, bukte zij in het graf;
12 En zag twee engelen in witte klederen zitten, een aan het hoofd, en een aan de voeten, waar het lichaam van Jezus gelegen had.
13 En die zeiden tot haar: Vrouw! wat weent gij? Zij zeide tot hen: Omdat zij mijn Heere weggenomen hebben, en ik weet niet, waar zij Hem gelegd hebben.
14 En als zij dit gezegd had, keerde zij zich achterwaarts, en zag Jezus staan, en zij wist niet, dat het Jezus was.
15 Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat weent gij? Wien zoekt gij? Zij, menende, dat het de hovenier was, zeide tot Hem: Heere, zo gij Hem weg gedragen hebt, zeg mij, waar gij Hem gelegd hebt, en ik zal Hem wegnemen.
16 Jezus zeide tot haar: Maria! Zij, zich omkerende, zeide tot Hem: Rabbouni, hetwelk is gezegd: Meester.
17 Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.
18 Maria Magdalena ging en boodschapte den discipelen, dat zij den Heere gezien had, en dat Hij haar dit gezegd had.

Vernederd door Christus’ vernedering

Toen Petrus in de paaszaal stond,
kroop daar zijn Meester op de grond,
Hij waste ieders voeten.
Men streed om wie de meeste was,
tot Jezus hen de les nu las,
die wij ook leren moeten.

 

Om hen die les te doen verstaan,
is Hij naar Golgotha gegaan,
waar Hij Gods toorn ging dragen.
tot heil voor een hoogmoedig hart,
dat God niet dient en and’ren tart.
O, wonder welbehagen!

 

Wie hier niet door vernederd wordt,
verhardt zijn hart, doet God tekort
en kan Hem niet behagen.
Wie dóórleeft en zijn haat nog voedt,
hoogmoedig, met een boos gemoed,
zal zelf Gods toorn eens dragen.

 

O, Heere! Leer mij door Uw smart,
dan kniel ik met verbroken hart
door ’t bloed dat wilde boeten.
Dan sta ik boven niemand meer,
maar buig mij ook voor and’ren neer,
dan was ik hen de voeten.

 

ds. C.J. Meeuse

  • © hersteld hervormde kerk 2019