• " „Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is.” " Jeremia 32 vers 7-9
  • " En alzo zal geheel Israel zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. " Romeinen 11 vers 26
  • " Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere,
    Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige "
    Openbaring 1:8
  • " Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geëindigd worden. " Psalm 102:28

Meer over Kerkdiensten

Ds. J. Joppe / tweede adventszondag

Ochtenddienst

09 dec2018 09:30

Schriftlezing : Lukas 1 : 5 - 25


Liturgie:

Ps. 62 : 1
Ps. 119 : 85
Schriftlezing: Lukas 1 : 5-25
Gez. 3 : 1 en 2 Lofzang van Zacharias
Ps. 138 : 3
Ps. 31 : 5 en 17
Prediking n.a.v. Lukas 1 : 24 - 25
Thema: De geloofsbelijdenis van Elizabeth
- Een wonder van God
- De stilte tot God
- De eer aan God

Lukas 1: 5 - 25
5 In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia; en zijn vrouw was uit de dochteren van Aaron, en haar naam Elizabet.
6 En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk.
7 En zij hadden geen kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was, en zij beiden verre op hun dagen gekomen waren.
8 En het geschiedde, dat, als hij het priesterambt bediende voor God, in de beurt zijner dagorde.
9 Naar de gewoonte der priesterlijke bediening, hem te lote was gevallen, dat hij zoude ingaan in den tempel des Heeren om te reukofferen.
10 En al de menigte des volks was buiten, biddende, ten ure des reukoffers.
11 En van hem werd gezien een engel des Heeren, staande ter rechter zijde van het altaar des reukoffers.
12 En Zacharias, hem ziende, werd ontroerd, en vreze is op hem gevallen.
13 Maar de engel zeide tot hem: Vrees niet, Zacharias! want uw gebed is verhoord, en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam heten Johannes.
14 En u zal blijdschap en verheuging zijn, en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden.
15 Want hij zal groot zijn voor den Heere; noch wijn, noch sterken drank zal hij drinken, en hij zal met den Heiligen Geest vervuld worden, ook van zijner moeders lijf aan.
16 En hij zal velen der kinderen Israels bekeren tot den Heere, hun God.
17 En hij zal voor Hem heengaan, in den geest en de kracht van Elias, om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen, om den Heere te bereiden een toegerust volk.
18 En Zacharias zeide tot den engel: Waarbij zal ik dat weten? Want ik ben oud, en mijn vrouw is verre op haar dagen gekomen.
19 En de engel antwoordde en zeide tot hem: Ik ben Gabriel, die voor God sta, en ben uitgezonden, om tot u te spreken, en u deze dingen te verkondigen.
20 En zie, gij zult zwijgen, en niet kunnen spreken, tot op den dag, dat deze dingen geschied zullen zijn; om dies wil, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt, welke vervuld zullen worden op hun tijd.
21 En het volk was wachtende op Zacharias, en zij waren verwonderd, dat hij zo lang vertoefde in den tempel.
22 En als hij uitkwam, kon hij tot hen niet spreken; en zij bekenden, dat hij een gezicht in den tempel gezien had. En hij wenkte hun toe, en bleef stom.
23 En het geschiedde, als de dagen zijner bediening vervuld waren, dat hij naar zijn huis ging.
24 En na die dagen werd Elizabet, zijn vrouw, bevrucht; en zij verborg zich vijf maanden, zeggende:
25 Alzo heeft mij de Heere gedaan, in de dagen, in welke Hij mij aangezien heeft, om mijn versmaadheid onder de mensen weg te nemen.

 

Heilig Avondmaal

Daar zitten zij, Gods kind'ren, saamvergaderd 
rondom de Dis; zij houden Heilig Avondmaal. 
Op het „Komt nu!" zijn allen stil genaderd. 
„Tot Mijn gedachtenis" kwamen zij allemaal.

Ik zie het aan, doch aan mijn bank gekluisterd.
Voor mij is zoiets groots niet weggelegd. 
„O God, had ik toch maar geluisterd. 
Gehoord naar wat U tot mij zegt!"

Het brood wordt nu, gebroken, rondgegeven, 
omdat Zijn lichaam eens voor hen verbroken is. 
Dan is het stil, al duurt de rust maar even. 
Weer klinkt: „Doet dit tot Mijn gedachtenis."

Ik zie het aan, doch aan mijn bank gebonden. 
Ik hoor daar niet, ik immers ben zo slecht? 
„O God, ik heb Uw wet geschonden 
en niet gedaan naar wat U tot mij zegt!"

De beker wordt nu langzaam volgeschonken, 
waarna Gods knecht hem zegenen moet. 
Dan wordt door iedereen eruit gedronken, 
gedachtig zijnd' aan Zijn vergoten bloed.

Ik zie het aan, doch in mijn bank gezeten. 
Het is te laat, voor mij kan het niet meer.
„O God, hoe kon ik toch vergeten 
Uw woorden en beloften van weleer?"

En aan het eind wordt er een psalm gelezen. 
Psalm honderddrie; daarin wordt God geloofd. 
Zijn goedheid wordt daar hemelhoog geprezen 
en dankgezegd voor wat Hij heeft beloofd.

Ik lees het mee, daar in mijn bank verscholen. 
Zó slecht, maar tóch, tóch lees ik door. 
„O God, leer mij te doen al wat U hebt bevolen.
Geef kracht daarvoor, o Heer', geef mij gehoor!” 

Door: Hanneke Schoonebeek
Uit: „Open Gij mijn ogen. 

  • © hersteld hervormde kerk 2018