• " „Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is.” " Jeremia 32 vers 7-9
  • " En alzo zal geheel Israel zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. " Romeinen 11 vers 26
  • " Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere,
    Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige "
    Openbaring 1:8
  • " Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geëindigd worden. " Psalm 102:28

Meer over Kerkdiensten

Ds. J. Joppe / Dordtse leerregels Hfd 5, art 12 - 13

Avonddienst

09 dec2018 17:00

Schriftlezing : Psalmen 138


Liturgie:

Ps. 23 : 1
Ps. 84 : 6
Schriftlezing: Psalmen 138
Ps. 138 : 2 en 4
Ps. 119 : 14
Ps. 33 : 10 
Prediking n.a.v.: Dordtse Leerregels Hfd. 5, art. 12-13
- De vruchten van de zekerheid
- Een aansporing door de zekerheid
- Het behouden van de zekerheid

Psalmen 138
1 Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen.
2 Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uw Naam loven, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid; want Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt.
3 Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord; Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel.
4 Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds.
5 En zij zullen zingen van de wegen des HEEREN, want de heerlijkheid des HEEREN is groot.
6 Want de HEERE is hoog, nochtans ziet Hij de nederige aan, en den verhevene kent Hij van verre.
7 Als ik wandel in het midden der benauwdheid, maakt Gij mij levend; Uw hand strekt Gij uit tegen den toorn mijner vijanden, en Uw rechterhand behoudt mij.
8 De HEERE zal het voor mij voleinden; Uw goedertierenheid, HEERE! is in der eeuwigheid; en laat niet varen de werken Uwer handen.

Heilig Avondmaal

Daar zitten zij, Gods kind'ren, saamvergaderd 
rondom de Dis; zij houden Heilig Avondmaal. 
Op het „Komt nu!" zijn allen stil genaderd. 
„Tot Mijn gedachtenis" kwamen zij allemaal.

Ik zie het aan, doch aan mijn bank gekluisterd.
Voor mij is zoiets groots niet weggelegd. 
„O God, had ik toch maar geluisterd. 
Gehoord naar wat U tot mij zegt!"

Het brood wordt nu, gebroken, rondgegeven, 
omdat Zijn lichaam eens voor hen verbroken is. 
Dan is het stil, al duurt de rust maar even. 
Weer klinkt: „Doet dit tot Mijn gedachtenis."

Ik zie het aan, doch aan mijn bank gebonden. 
Ik hoor daar niet, ik immers ben zo slecht? 
„O God, ik heb Uw wet geschonden 
en niet gedaan naar wat U tot mij zegt!"

De beker wordt nu langzaam volgeschonken, 
waarna Gods knecht hem zegenen moet. 
Dan wordt door iedereen eruit gedronken, 
gedachtig zijnd' aan Zijn vergoten bloed.

Ik zie het aan, doch in mijn bank gezeten. 
Het is te laat, voor mij kan het niet meer.
„O God, hoe kon ik toch vergeten 
Uw woorden en beloften van weleer?"

En aan het eind wordt er een psalm gelezen. 
Psalm honderddrie; daarin wordt God geloofd. 
Zijn goedheid wordt daar hemelhoog geprezen 
en dankgezegd voor wat Hij heeft beloofd.

Ik lees het mee, daar in mijn bank verscholen. 
Zó slecht, maar tóch, tóch lees ik door. 
„O God, leer mij te doen al wat U hebt bevolen.
Geef kracht daarvoor, o Heer', geef mij gehoor!” 

Door: Hanneke Schoonebeek
Uit: „Open Gij mijn ogen. 

  • © hersteld hervormde kerk 2018