Dagelijks Woord

Meer over Kerkdiensten

Ds. P. Verhaar

Ochtenddienst

11 okt2026 09:30

Schriftlezing: Genesis 45:25-46:7 en 28-34

Liturgie:

Ps. 103 : 8 en 9 (i.v.m. overlijden mevr. A. Molendijk - van Vliet)                  
Ps. 119 : 14
Schriftlezing: Genesis 45:25-46:7 en 28-34
Ps. 105 : 10 , 13 en 24
Ps. 29 : 6   
Ps. 62 : 5 (zondagschool)
 
Prediking n.a.v. Genesis 46 vers 29-30
Toen spande Jozef zijn wagen aan en toog op, zijn vader Israël tegemoet naar Gosen; en als hij zich aan hem vertoonde, zo viel hij hem aan zijn hals en weende lang aan zijn hals. En Israël zeide tot Jozef: Dat ik nu sterve, nadat ik uw aangezicht gezien heb, dat gij nog leeft.
 
Thema: Jozef met Jakob verenigd
- Jakob gelooft Jozefs boodschap
- God bevestigt Jakobs weg
- Israël krijgt rust
 
Genesis 45
25 En zij trokken op uit Egypte, en zij kwamen in het land Kanaan tot hun vader Jakob.
26 Toen boodschapten zij hem, zeggende: Jozef leeft nog, ja, ook is hij regeerder in gans Egypteland! Toen bezweek zijn hart, want hij geloofde hen niet.
27 Maar als zij tot hem gesproken hadden al de woorden van Jozef, die hij tot hen gesproken had, en dat hij de wagenen zag, die Jozef gezonden had om hem te voeren, zo werd de geest van Jakob hun vader, levendig.
28 En Israel zeide: Het is genoeg! mijn zoon Jozef leeft nog! ik zal gaan, en hem zien, eer ik sterve!
 
Genesis 46
1 En Israel verreisde met al wat hij had, en hij kwam te Ber-seba, en hij offerde offeranden aan den God van zijn vader Izak.
2 En God sprak tot Israel in gezichten des nachts, en zeide: Jakob, Jakob! En hij zeide: Zie, hier ben ik!
3 En Hij zeide: Ik ben die God, uws vaders God; vrees niet van af te trekken naar Egypte; want Ik zal u aldaar tot een groot volk zetten.
4 Ik zal met u aftrekken naar Egypte en Ik zal u doen weder optrekken, mede optrekkende; en Jozef zal zijn hand op uw ogen leggen.
5 Toen maakte zich Jakob op van Ber-seba; en de zonen van Israel voerden Jakob hun vader, en hun kinderen, en hun vrouwen, op de wagenen, die Farao gezonden had, om hem te voeren.
6 En zij namen hun vee, en hun have, die zij in het land Kanaan geworven hadden, en zij kwamen in Egypte, Jakob en al zijn zaad met hem;
7 Zijn zonen, en de zonen zijner zonen met hem; zijn dochteren, en zijner zonen dochteren, en al zijn zaad bracht hij met zich in Egypte.
28 En hij zond Juda voor zijn aangezicht heen tot Jozef, om voor zijn aangezicht aanwijzing te doen naar Gosen; en zij kwamen in het land Gosen.
29 Toen spande Jozef zijn wagen aan, en toog op, zijn vader Israel tegemoet naar Gosen; en als hij zich aan hem vertoonde, zo viel hij hem aan zijn hals, en weende lang aan zijn hals.
30 En Israel zeide tot Jozef: Dat ik nu sterve, nadat ik uw aangezicht gezien heb, dat gij nog leeft!
31 Daarna zeide Jozef tot zijn broederen, en tot zijns vaders huis: Ik zal optrekken en Farao boodschappen, en tot hem zeggen: Mijn broeders en het huis mijns vaders, die in het land Kanaan waren, zijn tot mij gekomen.
32 En die mannen zijn schaapherders; want het zijn mannen, die met vee omgaan; en zij hebben hun schapen, en hun runderen, en al wat zij hebben, medegebracht.
33 Wanneer het nu geschieden zal, dat Farao ulieden zal roepen, en zeggen: Wat is uw hantering?
34 Zo zult gij zeggen: Uw knechten zijn mannen, die van onze jeugd af tot nu toe met vee omgegaan hebben, zo wij als onze vaders; opdat gij in het land Gosen moogt wonen; want alle schaapherder is de Egyptenaren een gruwel.

Dienst der Offeranden:

 

04 Oktober 2026

- Diaconie (werk onder het Joodse volk in Israël)
- Kerkvoogdij
- Opleiding predikanten

 

11 Oktober 2026

- Diaconie (GDC noodhulp en rampenfonds)
- Kerkvoogdij
- Predikantsplaats

 

18 Oktober 2026

- Diaconie
- Kerkvoogdij
- Predikantsplaats

 

25 Oktober 2026

- Diaconie (Stephanos tbv Irene Swets
- Kerkvoogdij (afl. schuld)
- Predikantsplaats

 

28 Oktober 2026 Bijbellezing

- Diaconie
- Kerkvoogdij

  • © hersteld hervormde kerk 2026