Dagelijks Woord

Meer over Algemeen

Meditatie:

CHRISTUS’ GEWILLIGHEID OM EEN ZONDAAR TE GENEZEN

“En tot Hem kwam een melaatse, biddende Hem, en vallende voor Hem op de knieën, en tot Hem zeggende: Indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen. En Jezus, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, strekte de hand uit, en raakte hem aan, en zeide tot hem: Ik wil, word gereinigd.”Markus 1:40-41

Christus’ wil
De melaatse man merkt het op: ‘Heere, zo Gij wilt, Gij kunt mij reinigen’. Hier niet een melaatse man die zijn reiniging eens op komt eisen. ‘Heere, reinigt u mij’. Hier niet een man die allerlei redenen begint op te sommen waarom de Heere naar zijn idee naar hem zou moeten omzien. Nee, hij beseft dat hij niets te bieden heeft. Dat hij in alles van Christus’ omzien afhankelijk is.
Als Christus het wil, dan kan Hij hem genezen. Deze belijdenis zal verschillende lezers bekend voorkomen. Je kunt er zo mee worstelen. Enerzijds is er het besef: ‘Ik kan mijzelf van de zonde niet reinigen’. Er is de belijdenis: ‘Er is er maar Eén Die helpen kan. Alleen de Zaligmaker die God in deze wereld gegeven heeft kan uitkomsten geven’.
Maar dan die worsteling. ‘Wil Hij dat wel?’ Want wie ben ik, dat God naar mij wil omzien? Wie ben ik dat God Zich over mij wil ontfermen?’ Je kunt je zo onrein, zo onheilig voelen voor Gods aangezicht. Je kunt denken: ‘God zal wel nooit naar zo iemand als ik ben om willen zien. Daar zijn mijn zonden en gebreken veel te groot voor. Ik heb Hem niets te bieden’. Net als deze melaatse man.
Maar ook al weet hij zich hierin afhankelijk van Christus’ omzien; het weerhoudt hem niet om tot Christus te komen. Hij legt hem in alle eerlijkheid zijn worsteling voor: ‘Heere, zo Gij het wilt, Gij kunt mij reinigen’. En dan laat Christus hem en al de mensen in zijn omgeving merken dat Hij niet alleen de Zaligmaker is die kan reinigen, maar dat Hij ook die Zaligmaker is die wil reinigen.

Christus’ ontferming
Zijn gewilligheid blijkt in de eerste plaats uit Zijn ontferming. We lezen in vers 13 dat Christus Zijn hand uitstrekt. Dat is zo opvallend. Die doodzieke man, vol melaatsheid, is tot Christus gekomen. Hij ligt daar aan de voeten van de Heere Jezus. En dat, terwijl hij afstand moest houden van de mensen. Hij zou anderen met zijn melaatsheid kunnen besmetten.
We kunnen ons wel indenken dat de mensen rondom hen heen op grote afstand van hem gaan staan. Ze moeten niets van hem hebben. Maar zo handelt Christus niet. In plaats dat Hij afstand houdt van deze man, strekt Hij Zijn hand naar hem uit. Hij buigt Zich als het ware naar hem toe. Om Zich over hem te kunnen ontfermen. Zo wil Christus nu omgaan met onreine zondaren die ‘tot Hem zich ter genezing wenden’. Hij laat het vanmorgen ook met het doopwater zien. Dat getuigt van Zijn ontferming. Maar niet alleen daaruit.

Christus’ aanraking
Zijn gewilligheid blijkt in de tweede plaats uit Zijn aanraking. We lezen in vers 13: ‘En Hij de hand uitstrekkende raakte hem aan’. Nee, de Heere Jezus raakt hem niet per ongeluk aan, omdat Hij met Zijn uitgestoken hand iets te ver doorschiet. Nee, het Grieks geeft aan dat Hij deze melaatse man bewust vastpakt. Op dezelfde manier als dat Hij de baar van de jongeling te Naïn vastgrijpt. Dit is ontzettend. Want door deze melaatse man vast te grijpen wordt Christus Zelf ook onrein. Door deze melaatse man aan te raken kan Hij zelf ook ziek worden.
De Heere hoeft hem helemaal niet vast te grijpen. Het is eigenlijk helemaal niet nodig. Hij kan hem ook door slechts te spreken rein maken en genezen. En toch doet Hij dit wel. Hij laat daarmee zien dat Hij niet in deze wereld gekomen is om de onreinheid uit de weg te gaan. Maar dat Hij juist in deze wereld gekomen is, om het onreine te zoeken. Maar ook: om als een onreine te worden. Om onreine mensen, om onreine zondaren van al hun zonde en schuld te kunnen reinigen. Hij neemt als het ware de onreinheid op Zich, om deze melaatse man rein te kunnen maken.
Dat is nu juist wat deze Zaligmaker tekent. Christus is niet in deze wereld gekomen om de onreinheid en de dood uit de weg te gaan. Nee, Hij is in deze wereld gekomen om die op te zoeken. Hij is gekomen om die onreinheid en dood aan het kruis van Golgotha te verslinden tot overwinning. Opdat wij zondaren van al onze onreinheid gered zouden worden.
Als u, als jij nu twijfelt aan de gewilligheid van Christus om je van alle zonde en schuld te bevrijden. Om je van alle onreinheid te verlossen. Kijk dan toch naar wat Hij hier doet. Kijk dan toch naar Zijn uitgestoken arm. Kijk dan toch, hoe Hij die melaatse man daar aanraakt. Maar luister dan vooral naar wat Hij Zelf zegt.

 Christus’ woorden
Want Zijn gewilligheid blijkt in de derde plaats uit Zijn woorden. We lezen het in onze tekst: ‘En Hij de hand uitstrekkende raakt hem aan en zeide: Ik wil’. Daar klinkt het uit de mond van de Meester Zelf. ‘Ik wil’. Je kunt over dat uitstrekken van Zijn hand en het aanraken van de melaatse man van alles opmerken. Maar om deze woorden kunnen wij niet heen. In alle helderheid en klaarheid spreekt Hij uit, dat Hij wil reinigen. Dat Hij Zich over onreine zondaren wil ontfermen. Dat Hij om wil zien naar mensen die verloren zijn. Dat Hij om wil zien naar mensen die alles verzondigd hebben. Voor dat soort mensen is Hij in deze wereld gekomen. Om hen te zoeken en zalig te maken. Om al de vuilheid van hun hart en leven voor Gods aangezicht te bedekken. Christus’ bevestiging
U zegt: ‘Ja, ik geloof dat Hij zondaren kan en wil reinigen. Maar wil Hij nu ook naar mij om zien?’ Juist in die twijfel is de Heilige Doop van zo’n grote betekenis. Want God heeft ons bij het doopvont bij onze naam willen noemen. Hij heeft daar nadrukkelijk laten zien en horen dat Hij mensen zoals u, jij en ik wil reinigen. Zo zeker als het doopwater op ons voorhoofd werd neergelegd.
Beste lezer(es): als u dit alles voor Gods aangezicht en biddend overweegt: wat is er dan nog meer nodig om u ervan te overtuigen dat de Heere gewillig is om zondaren te reinigen? Tot wie kunt u beter vluchten dan tot Hem. Want:
“Hij heelt gebrokenen van harte, En Hij verbindt z' in hunne smarte, Die, in hun zonden en ellenden, Tot Hem zich ter genezing wenden.”

B.D. Bouman, v.d.m.

 

  • © hersteld hervormde kerk 2022