Meer over Algemeen

Meditatie:

Die Zichzelf voor ons gegeven heeft

Onze Zaligmaker Jezus Christus, Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.

Titus 2 vers 14

Diep onder de indruk mogen we wel zijn bij het lezen van de woorden van de tekst.
Jezus Christus wordt onze Zaligmaker genoemd. Hebt u Hem als Zaligmaker nodig gekregen? Kunt u Hem als zodanig werkelijk niet meer missen?
Van deze Zaligmaker staat geschreven, dat Hij Zichzelf voor ons heeft overgegeven. 
Deze uitdrukking bepaalt ons bij de diepte van onze val, waarin Hij is neergedaald; bij de diepte van de helse Godverlatenheid, waarin Hij ons moest opzoeken, wilde Hij ons ooit zalig kunnen maken; en bij de onpeilbare diepte van Zijn liefde, dat Hij Zichzelf er zo totaal voor over had...
Kom, laat ons gelovig staren op deze Borg (Johannes 3 vers 14, 15)!
Het doel van deze diepe liefde wordt nader omschreven: opdat Hij ons verlossen zou.
Wie zou niet van vreugde opspringen bij het vernemen van zo’n boodschap? God Zelf kwam om mensen te verlossen...! O, wat heeft Hem toch bewogen om dit te doen? Onze vijandschap was voor Hem geen uitnodiging, dacht u wel? Eerder een grote hinderpaal.
En waarvan verlost Hij? 
Van alle ongerechtigheid, zo schrijft Paulus aan Titus op Kreta. Van alle; niet van sommige, niet van veel, maar van alle ongerechtigheid.
Dit is de meest blijde tijding, die ik u kan brengen: er is een almachtige Zaligmaker, Hij is gekomen in zelfverloochenende liefde, Hij verlost van ongerechtigheid. Wie nu onder ons walgt van zijn ongerechtigheid en onreinheid, wie zich verfoeit vanwege al zijn vuile zonden en overtredingen, die hoort hier een boodschap van weergaloze heerlijk-heid en gadeloze schoonheid: van al mijn vuile zonden verlost!
En nog is het Evangelie niet op. Er is nog meer van Hem te krijgen: deze wondergoede Zaligmaker reinigt ons om ons te maken tot een volk voor Hemzelf. Een volk dat er helemaal voor Hem is. Een volk dat Hij helemaal apart houdt voor Zichzelf. Dat is: we worden met het hoogste privilege bevoorrecht. We mogen heel bijzonder Zijn privébezit zijn. Echt de hoogste eer! Niet dan?

U moet het zó zien: bij het huisraad van God horen vaten, die een plaatsje in de schuur krijgen en vaten, mooie, sierlijke vaten, die Hij in Zijn privé-vertrek neemt, waarmee Hij pronkt, waaraan Hij gehecht is (zo ongeveer is het beeld van II Timotheüs 2 vers 19-21).
Dan staat er nog een heerlijke trek beschreven van het groot voorrecht om bij Jezus te horen, namelijk, dat Hij ons ijverig maakt in goede werken. En dit is de hartstocht bij al Gods kinderen.
Nu heb ik in deze meditatie steeds zonder onderscheid het woordje “ons” gebruikt, zoals Paulus ook doet. Maar lezer, past dat alles wel bij u? Natuurlijk willen alle mensen wel gered worden van een dreigende ramp, de eeuwigdurende verdoemenis. Natuurlijk zeggen alle rechtzinnige kerkmensen, dat ze gered willen worden van hun ongerechtigheden en dat ze tot eer van Jezus Christus gereinigd willen worden en dat ze ijverig dienen te zijn in goede werken... Maar, het lijkt mij niet ondienstig om het eens eerlijk onder de aandacht te brengen; en voor een ieder persoonlijk om het oprecht onder de loep te nemen: heb ik deel aan deze Zaligmaker, doordat ik in oprecht geloof mij aan Hem toevertrouwde?
Waardeer ik werkelijk met diepe verwondering, dat Hij Zich overgaf voor mensen, zoals ik? Begeer ik ook dagelijks te delen in Zijn krachtige werk om verlost te worden van al mijn ongerechtigheden? Of houd ik heimelijk één zonde achter de hand? Verder: is het mij een onuitsprekelijk voorrecht om zo dicht bij Hem te zijn, niet alleen straks in de hemel, maar ook al op deze aarde, door een tere en nauwe, aanklevende levenswandel voor Zijn aangezicht?

En ten slotte: hoe staat het met die ijver? Is er een vurig verlangen om de Heere in alle goede werken te dienen? Heb ik lijf en goed, geld en tijd aan Hem gewijd? Of leef ik voor mezelf?
Is er een lezer of lezeres, die meent: deze Zaligmaker is de mijne niet; Hij gaf Zich, maar niet voor mij; Hij verlost, maar niet mij; Hij reinigt, maar niet mij; Hij maakt vurig van heiligmaking, maar ik ervaar er niets, niets van...?
Wees er dan van verzekerd, dat er van ‘s Heeren kant geen hinderpaal is, geen enkele belemmering. Hij nodigt allen om tot Hem te komen; ja nog sterker: Hij beveelt u in Zijn Zoon te geloven, dus u aan Hem over te geven. En dat zonder twijfelen. Wat dunkt u, zou dat tegenvallen? Echt, leg u op Zijn Woord gerust vertrouwend neer!

Ds. W. Pieters,

Elspeet

  • © hersteld hervormde kerk 2021