Meer over Algemeen

Meditatie:


EÉN DING BEGEERD (1)

Eén ding heb ik van de HEERE begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des HEEREN, om de lieflijkheid des HEEREN te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel.
Psalm 27 : 4 (terug lezen: Klik Hier!)

 

ÉÉn DING BEGEERD (2)

Eén ding heb ik van de HEERE begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des HEEREN, om de lieflijkheid des HEEREN te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel.
Psalm 27 : 4

David begeert in het huis des Heeren al de dagen van zijn leven te wonen. Niet om er even te zijn, zoals mensen het soms kunnen zeggen: dat hebben we dan weer gehad. Waarom begeert David al de dagen van zijn leven te wonen in Gods huis? Om er veilig te zijn voor de vijanden die Hem omringen? Het verblijf in het heiligdom biedt immers beveiliging. Nee, om de liefelijkheid des Heeren te aanschouwen. De lieflijkheid des Heeren is ‘de lieflijke godsdienst, waardoor de Messias met al Zijn weldaden wordt afgebeeld en God dagelijks geloofd en geprezen’, vermelden de kanttekeningen.
Als u de Heere wilt leren kennen, dan moet u naar de tempel, waar alles zo aanschouwelijk is voorgesteld zodat Christus er als het ware is afgebeeld. De lieflijkheid des Heeren is al aan de buitenkant zichtbaar. Men komt in de voorhof van de tabernakel door een poort van wel tien meter breed. In de voorhof staat het brandofferaltaar, waarop de priesters voortdurend offers brengen. Daar belijdt iemand: Ik ben des doods schuldig. Een lam sterft in zijn plaats. Het wijst heen naar het offer van Davids grote Zoon, de Heere Jezus Christus. Het bloed wat daar vloeit, ziet op Zijn bloed. 
Ziet u de lieflijkheid des Heeren? Ziet u  met de ogen van het geloof het bloed druppen? Dat deed Hij voor mij, daar ik anders de eeuwige dood zou moeten smaken.
Het brandofferaltaar wijst op de rechtvaardiging, het koperen wasvat op de heiliging van het leven. De zevenarmige kandelaar die altijd moest branden, ziet op Christus. Hij is het licht der wereld. De tafel der toonbroden wijst ook op Hem. Hij is het brood des levens.
David weet dat in het heilige der heiligen de ark staat, die van Gods gunst getuigt. In de ark ligt Gods eisende en vloekende wet, maar op de ark ligt het verzoen-deksel. Tussen de cherubs troont de Heere.
David kende iets van de lieflijkheid des Heeren. Als je dat mag kennen, als de ogen door de Geest van Pinksteren daarvoor zijn opengegaan, dan krijg je daar nooit genoeg van.
De schaduwendienst ten tijde van David is voorbij. Betekent dit dat het zien van deze lieflijkheid ook voorbij is? Nee, wat in het Oudtestamentische heiligdom te vinden was in de belofte, in de ceremoniële voorafschaduwingen, dat vinden wij nu in de kerk van het Nieuwe Testament in haar vervulling vanuit Christus. In onze kerk is daar het profetische Woord, de sacramenten, de openbare gebeden, het zingen van psalmen. Middelen die de Heere wil gebruiken, zodat we Zijn lieflijkheid kunnen aanschouwen. Wie de Heere is en wil zijn voor schuldige zondaren.
David wil in Gods Huis de lieflijkheid des Heeren aanschouwen, maar ook onderzoeken. Aanschouwen is passief. Onderzoeken actief. Als u iets van de lieflijkheid des Heeren mag aan-schouwen, dan wilt u er meer van weten. Dan bent u alle dagen van uw leven bezig met het onderzoek naar de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte van de lieflijkheid des Heeren. 

Ds. J. Joppe

 

 

  • © hersteld hervormde kerk 2019