Meer over Algemeen

Meditatie:


MIJN VERLOSSER LEEFT
Want ik weet: mijn Verlosser leeft.

Job 19 : 25a
Job 19 vertoont verschillende overeen-komsten met Psalm 22. De Psalm die in de lijdenstijd vaak gezongen wordt, omdat daarin geprofeteerd wordt over het lijden van Christus. Nee, zo zwaar als Christus heeft Job niet geleden. Toch kunnen we hem wel de grote lijder van het Oude Testament noemen. We ontmoeten in Job 19 een man in diepe ellende. Smart op smart doorwondt zijn hart! Wat een zware beproevingen zijn er over hem heen gekomen.
Tot de zware beproevingen rekenen we ook het bezoek van zijn drie vrienden. De vrienden beschuldigen Job van één of andere grote zonde. Maar Job kan geen zonde vinden, waarom juist hem dit moet overkomen. Zijn vrienden weten het zéker. En onder dat zeker weten van zijn vrienden, klaagt Job zijn nood in hoofd-stuk 19. Het is haast te erg om te lezen. Zijn familieleden, vrienden, dienst-knechten en dienstmaagden laten hem links liggen. Zijn adem is zijn huisvrouw vreemd. Ze drukt geen kus meer op zijn lippen. Ze tracht zijn leed niet te verzachten. Als hij probeert op te staan, jouwen kinderen hem uit. Bij dit alles kleeft zijn huid en zijn vlees aan zijn gebeente. Zo gaat het van klacht tot klacht voort. We verwachten dat het eindigt in een grote wanhoopskreet. 
Maar we horen geen wanhoopskreet vanaf de mesthoop. Integendeel! Er klinkt na alle ellende plotseling een geloofs-kreet: ‘Want ik weet: mijn Verlosser leeft.’ Met heel veel nadruk zegt Job het. ‘Want ik, ik weet het zeker.’ In tegenstelling tot die zekerheid van zijn vrienden. In tegenstelling tot wat hij net gezegd heeft. 
Hoe komt Job aan dat weten? Hoe kunt u of kun jij dat ook weten, juist in deze Paasdagen? Het is het weten dat God werkt in het hart door Zijn Woord en Geest. 
Job zegt dat hij een Verlosser heeft. Waarom zegt hij niet: ik weet, dat God leeft, of: ik weet, dat er een God is, Die mij zal vertroosten? Waarom zegt hij hier met zoveel nadruk: ik weet dat mijn Verlosser leeft? De drie vrienden proberen hem te beschuldigen. En als die vrienden het hebben over Jobs schuld, dan zegt Job, dat hij een Verlosser heeft. 
Over wie heeft Job het hier? Onze kanttekeningen zijn daar duidelijk over. Kort en krachtig mag het daar uitgejubeld worden, dat het gaat over ‘onze Heere Jezus Christus’. In het Hebreeuws staat hier het woord Goël, wat losser betekent. Wat is een Goël? Vanuit Leviticus 25 weten we dat het een officiële instelling was in Israël. Het gebeurde soms dat iemand vanwege armoede zijn land moest verkopen. Dan had de naaste mannelijke bloedverwant, bijv. zijn broer, de plicht het grondbezit te lossen, terug te kopen. Een Goël was dus iemand, die met een losprijs weer de verloren bezittingen van iemand teruggaf. Die losser moest voor bescherming zorgen voor weduwen en wezen. Een Goël had ook tot taak om iemands vergoten bloed te wreken.
Begrijpt u waarom een Goël onmisbaar was? Het was een ramp als iemand geen losser had. Dan was je ten dode opgeschreven. Hebt u al een Verlosser? Want van nature zijn we straatarm. In het Paradijs hebben we door eigen schuld al onze bezittingen verloren: ware kennis, gerechtigheid en heiligheid. Ja, we hebben onszelf als slaaf aan de zonde en aan satan verkocht. En we hebben totaal geen middelen om onszelf los te kopen. Is dat de nood van uw of jouw leven?
God heeft in Zijn onpeilbare zondaarsliefde Christus voor ons tot een Losser gegeven. Door de losprijs van Zijn bloed geeft Hij de verloren bezittingen weer terug. Wij hebben ons verkocht aan satan, maar Hij wil ons weer loskopen. Zelfs wil Hij als een ware Goël ons bloed wreken op de mensenmoordenaar van de beginne.
De lossingsplicht vroeg nogal wat van de losser en deze persoon was ook niet altijd even gewillig om dit te doen. Christus was een gewillige Losser en het heeft Hem alles gekost. Hij heeft Zichzelf gegeven tot in de dood des kruises. In de lijdenstijd hebben we erbij stilgestaan. Alleen zo kon de prijs betaald worden om zondaren vrij te kopen.
Job belijdt als hij op de puinhopen van zijn leven neerzit: Ik heb een losser. Geen aardse losser, maar Ik heb God als Losser. Wat is Job rijk! Hij is alles kwijt, maar Hij heeft God als Losser. Hij heeft alles. Hier wordt het al Pasen voor Job.
Met nadruk zegt Job: ‘Want ik weet: mijn Verlosser leeft.’ Daar komt het op aan! Wat hebben we eraan, als we weten dat de Verlosser leeft, zonder die levende betrekking. Op dat persoonlijke ‘mijn’ komt het nu aan. Dat is toch het ware geloof. Dat niet alleen anderen, maar ook mij vergeving der zonde, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken is. Het ware geloof belijdt: ook voor mij is Christus de dood ingegaan, ook voor mij is Hij weer opgestaan om mij het leven te schenken, het leven tot in eeuwigheid!
 

Ds. J. Joppe
 

 

  • © hersteld hervormde kerk 2019