• " „Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is.” " Jeremia 32 vers 7-9
  • " En alzo zal geheel Israel zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. " Romeinen 11 vers 26
  • " Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere,
    Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige "
    Openbaring 1:8
  • " Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geëindigd worden. " Psalm 102:28

Meer over Algemeen

Een Adventsvraag


En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij?

Genesis 3:9
Om echt Kerstfeest te kunnen vieren, moeten we in het paradijs beginnen. Hoe zullen we de betekenis van Christus’ komst kunnen begrijpen als we er niet bij bepaald worden hoe goed wij geschapen en hoe diep wij gevallen zijn? Hoe krijgen we die Zaligmaker nodig als we niet gaan beseffen dat wij de breuk die er gekomen is tussen God en mens nooit kunnen helen?
Direct na de zondeval zoekt de Heere Adam en Eva op. God laat Adam niet met rust. Hij wekt hem op uit zijn roes van de zonde en stelt hem een vraag, een adventsvraag: ‘Waar zijt gij?’ Hiermee vraagt God niet alleen waar Adam geografisch is, maar waar hij is in geestelijke zin? Waar is Mijn beeld in uw leven? Waar is Mijn eer in uw leven? Waar is de liefde tot Mij? 
Is het u wel eens opgevallen dat God Adam niet meer bij zijn naam noemt? Er staat niet: Adam, waar zijt gij? Maar: Waar zijt gij? Adam betekent mens. Die naam kan hij eigenlijk niet meer dragen. Hij is een gevallen mens. Het beeld Gods ligt in scherven. Wij allen hebben in Adam onze naam verspeeld. Dat wil de Heere ons in die indringende vraag leren. Er is er slechts Eén Die de naam van mens met ere draagt. Dat is de Heere Jezus. Zie, dé Mens!
Zonder Christus, Die komen zou, kon er geen sprake zijn van een zoeken in ontferming. Dan had Adam alleen de stem van de Rechter gehoord en zijn doodvonnis vernomen. Maar de Heere laat in de vraag: ‘Waar zijt gij?’ de adventsklokken luiden. Nog voordat de moederbelofte klinkt, horen we hier al het evangelie van Gods opzoekende zondaarsliefde.
‘Waar zijt gij?’ is de blijde boodschap van Advent. Want op deze vraag zie ik een Ander naar voren treden, Die zegt: ‘Zie, hier ben Ik. Ik kom, om Uw wil te doen, o God.’ Christus, de tweede Adam, gaat in de plaats van de eerste Adam staan. 
Als de Heere na de zondeval aan Adam vraagt ‘Waar zijt gij?’ verlangt God slechts één woord. De eerste Adam kon niet het woord zeggen dat noodzakelijk was. Dat kwam van de lippen van de Heere Jezus, de tweede Adam. Het ‘Zie, Ik kom’ is in het Hebreeuws maar één woord: ‘hinneni’. Dit is een antwoord op een ander Hebreeuws woord: ‘ayyekka’, ‘Waar zijt gij?’
We denken bij deze woorden aan die andere hof dan de hof van Eden, de hof van Gethsemane, waar de Heere Jezus vroeg: ‘Wie zoekt gij? Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.’ Daar neemt Hij de plaats van een schuldige zondaar in. Daar neemt Hij al de Zijnen helemaal voor Zijn rekening en zegt: ‘Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.’
‘Hier ben Ik’, zegt Christus. Wat een bewogenheid van deze tweede Adam! Hij heeft van Zichzelf getuigd: ‘De Zoon des Mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.’
Verloren zondaar, de Heere roept u: ‘Waar zijt gij?’ Heeft Zijn bewogenheid wel eens indruk op u gemaakt? Is jouw hart wel eens verbroken onder zo veel liefde voor een goddeloze? Dat is het werk van de Heilige Geest. Wie nooit antwoord leert geven op deze adventsvraag wordt voor eeuwig buiten de Heere en Zijn gemeenschap gesloten.
God roept gevallen mensen tot Zijn gemeenschap. Hij roept mensen, die Hem op het hart hebben getrapt, die Hem de rug hebben toegekeerd, die Zijn liefde hebben versmaad. ‘Waar zijt gij?’ Want Ik heb Mijn eniggeboren Zoon gegeven, tot in de dood, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe! 

Ds. J. Joppe
 

  • © hersteld hervormde kerk 2018