Dagelijks Woord

Meer over Algemeen

Meditatie:

HET EERSTE KRUISWOORD

'En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet, wat zij doen.                     Lukas 23:34a

De bede van de Heere Jezus gaat verder. Hij geeft een reden aan waarom Zijn Vader deze grote goddelozen moet vergeven. 'Want zij weten niet wat ze doen'. Wat wil de Zaligmaker hiermee zeggen? Wil Hij zeggen dat deze mensen om hun blindheid te verontschuldigen zijn? Pleit Christus hier als een advocaat op verzachtende omstandigheden? Moet de Heere deze zondaren daarom ontzien?
We stellen deze vraag aan David. David is iemand die in zonde ontvangen en in ongerechtigheid geboren is. Erfzonde is iets waarvan wij ons bij onze geboorte niet bewust zijn. Telt dat daarom niet mee?
David wil ons wel antwoorden. In Psalm 51 roept hij het uit: 'Het is niet alleen dit kwaad dat roept om straf; Neen, 'k ben in ongerechtigheid geboren; Mijn zonde maakt mij 't voorwerp van Uw toren, reeds van het uur van mijn ontvang'nis af'. Dat is andere taal. David wil zichzelf niet verontschuldigen wegens zijn onbewuste zonden. Hij wil er niets vanaf hebben. Blindheid is geen excuus, maar schuld.
Dat lezen we ook in Romeinen 1:20: 'Heidenen zijn niet te verontschuldigen als zij de stem van hun geweten toeschroeien en God niet verheerlijken, hoewel Hij Zich in de schepping ook openbaart in Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid'.
Wat wil dan deze bede van de Middelaar zeggen? Hij pleit juist niet op ver-zachtende omstandigheden, maar Hij pleit voor zondaren wegens hun verzwarende omstandigheden. Juist omdat hun schuld zo groot en zwaar is, daarom is het nodig dat zij vergeving ontvangen. In Zijn lijden beseft de Zaligmaker wat de zonde is en wat de toorn van God over de zonde is. 
Bewogen als Hij is, bidt Hij voor mensen die onder deze schrikkelijke toorn van God leven.
We komen dit argument in de Schrift meer tegen. Denk aan Psalm 25 : 11: 'Om Uws Naams wil, Heere!, zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot'. De grootheid van de zonde en de schuld is voor het belaste geweten een reden om niet tot God te komen, voor het geloof is het juist een drijfveer om te vluchten tot Hem Die behoudt.
Was het zo dat deze mensen op enigerlei wijze te verontschuldigen zouden zijn, dan kon Christus inderdaad Zichzelf verlossen en van het kruis afkomen om Zichzelf te bewijzen. Hij verloste Zichzelf niet om grote zondaren zo wel te verlossen. En wie werd ooit verlost als een kleine zondaar? Kan er ooit iemand zeggen dat hem of haar niet veel vergeven is? Voor de ervaring van het geloof is God nooit karig, maar altijd mild en overvloedig. Anders klopt er iets niet!
We komen bij de aanhef van deze bede: 'Vader'. Waarom heeft de Heere dit woord gebruikt? Wat wil Gods Geest ons hierdoor leren? Christus roept Zijn Vader. Immers Hij kwam om Zijn wil te doen. Het was de wil van de Vader dat grote zondaren gered zouden worden. Vandaar dat Christus Zich als het ware beroept op de eigen bedoeling van Zijn Vader.
Er is meer. Hierin ligt ook de zekerheid van de verhoring. Er is geen vader die zijn zoon een steen zal geven als deze om een brood vraagt. Nooit zal hij een slang voor een vis geven of een schorpioen voor een ei. Zo zijn aardse, dus zondige vaders. Als aardse vaders nooit zo reageren, hoeveel te meer zal de hemelse Vader Zijn Zoon verhoren?! Christus grijpt Zijn Vader met deze aanhef in het hart en wil zeggen: 'U kunt mij niet niet-verhoren'.
En? Blijkt deze gebedsverhoring? Zijn er vruchten te zien? Zeker! Wie zou niet  
denken aan de moordenaar aan het kruis die tot boete en geloof kwam? Wie herinnert zich niet de hoofdman die de leiding van de kruisiging had? Hij erkende dat Christus rechtvaardig was en Gods Zoon. Onze gedachten gaan ook naar de schare die van de kruisheuvel terugkeerde, slaande op hun borsten als een teken van berouw en verootmoediging. We bladeren verder in de Schrift. We komen op de pinksterdag. 3000 goddeloze Joden kwamen tot beroering, twijfelmoedigheid en verslagenheid van het hart. En dan te denken aan Handelingen 6:7 waar we lezen dat vele priesters tot erkenning van de Messias kwamen... En zouden we ook niet denken aan Handelingen 21:20 waar we lezen dat duizenden joden wederom geboren werden?...!
Dat is toch wat! Welk een bemoediging voor kerkmensen!
Sommige kerkmensen menen weleens dat heidenen veel gemakkelijker tot bekering kunnen komen.
Sommige jongeren vrezen weleens dat hun verstand alleen maar een hinderpaal is.
Hier zien we het tegendeel. We zien dat veel verbondskinderen daadwerkelijk de kracht van het Woord in hun leven ervaren. Zij worden zoekers van het hemelse Jeruzalem. De wereld en haar begeerlijkheden verachten zij. Zij ervaren de droefheid naar God. Hun onbekeerde leven is hun tot smart. Hun zonden verlaten zij en hun hart is vol van één harstocht: Opdat ik Hem kenne.
Welk een bemoediging voor hen die voelen dat zij als kerkmensen veel meer zondigen dan wereldlingen. Als getrouwe kerkgangers zondigen we niet alleen tegen de wet, maar ook tegen het evangelie. Welk een schuld drukt ons als we nooit met een niet te stuiten verlangen naar de Heere dorstten!
Nochtans, u wordt bemoedigd! U hebt een biddeloos hart, jazeker, doe daar maar niets vanaf. Zeg maar niet tegen de Heere hoeveel u Hem liefhebt, maar hoeveel u tekortschiet in de passie voor Zijn Naam. U kunt uw hart niet meekrijgen, jazeker, windt daar geen doekjes om. Het is geen verhindering. Jezus bidt niet voor mensen die zoveel geestelijk leven hebben. Hij bidt hier voor mensen die niets hebben. Hebt u ook niets? Bent u zo'n onverschillige Romein? Bent u zo'n vroom goddeloze Jood? Hij doet wonderen, ja Hij alleen! Houd aan, grijp moed, uw hart zal vrolijk zingen.
Uit dit alles valt nog een belangrijke les te leren. We zien dat Jezus bidt voor mensen die niet bidden. Natuurlijk zijn de Joden wel gewend om te bidden. En ook de Romeinen zullen hun afgoden aanroepen. Maar het zal niet verder gekomen zijn dan het gebed van Paulus voor zijn bekering.
Degenen die duizend redenen hebben om te bidden om de vergeving van hun zonden, bidden niet... Christus bidt wel. Daar ligt de wortel van hun behoud.
We zijn bang geworden om te spreken over de verkiezing van God. Vooral om al het misbruik dat ervan gemaakt wordt. Laat ons oppassen voor een houding van reactie. God is niet die machteloze en teleurgestelde God waar wij Hem vaak voor houden. We voelen onszelf vaak van die bewogen mensen met de zaak van God. We hebben medelijden met Hem en we proberen Hem wat te helpen...
Wat zijn we dwaas! God is de Soevereine. Hij bepaalt wie er zalig wordt en wie niet!... Hem loopt niets, maar dan ook helemaal niets uit de hand. Zijn raad zal bestaan en het welbehagen van de Heere zal door de hand van Christus zeker voortgaan. Er zullen zondaren komen van Oosten en van Westen. Hij zal regeren van zee tot zee. Hij vindt binnen en buiten de kerk geen vrienden, maar Hij maakt ze! Hij zegt: 'Ik wil en zij zullen'. Het evangelie is een kracht Gods tot zaligheid. Daar hoeven we niet aan te twijfelen. Door de verdrukking van de kerk heen, zal de verlossing zeker komen! Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen!

Ds. W. van Vlastuin
Wezep

 

  • © hersteld hervormde kerk 2022