• " „Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is.” " Jeremia 32 vers 7-9
  • " En alzo zal geheel Israel zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. " Romeinen 11 vers 26
  • " Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere,
    Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige "
    Openbaring 1:8
  • " Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geëindigd worden. " Psalm 102:28

Formulier om de Heiligen Doop aan de volwassenen te bedienen

De hoofdsom van de leer des Heiligen Doops is in deze drie stukken begrepen;
Eerstelijk, dat wij met onze kinderen in zonden ontvangen en geboren, en daarom kinderen des oorns zijn, zodat wij in het Rijk Gods niet kunnen komen, tenzij wij van nieuws geboren worden.
Dit leert ons de ondergang en besprenging met het water, waardoor ons de onreinheid onzer zielen wordt aangewezen, opdat wij vermaand worden een mishagen aan onszelven te hebben, ons voor God te verootmoedigen, en onze reinigmaking en zaligheid buiten onszelven te zoeken.
Ten tweede, betuigd en verzegelt ons de Heilige Doop de afwassing der zonden door Jezus Christus.
Daarom worden wij gedoopt in de Naam Gods, des Vaders, en des Zoons, en des Heilige Geestes.
Want als wij gedoopt worden in den Naam des Vaders, zo betuigt en verzegelt ons God de Vader dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht, ons tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt, en daarom van alle goed ons verzorgen, en alle kwaad van ons weren, often onzen beste keren wil. 
En als wij in de Naam des Zoons gedoopt worden, zo verzegelt ons de Zoon dat Hij ons wast in Zijn bloed van al onze zonden, ons in de gemeenschap Zijns doods en Zijner wederopstanding inlijvende, alzo dat wij van onze zonden bevrijd, en rechtvaardig voor God gerekend worden.
Desgelijks als wij gedoopt worden in den Naam des Heiligen Geestes, zo verzekert ons de Heilige Geest door dit heilig sacrament dat Hij in ons wonen, en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toe-eigenende hetgeen wij in Christus hebben, namelijk de afwassing onzer zonden, en de dagelijkse vernieuwing onzes levens, totdat wij eindelijk onder de gemeente der uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden.
Ten derde, overmits in alle verbonden twee delen begrepen zijn, zo worden wij ook weder van God door den Doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid, namelijk dat wij dezen enigen God, Vader, Zoon en Heiligen Geest, aanhangen, betrouwen en van ganser harte, van ganser ziele, van ganser gemoede en met alle krachten, de wereld verlaten, onze oude natuur doden, en in een nieuw godzalig leven wandelen.
En als wij somstijds uit zwakheid in zonden vallen, zo moeten wij aan Gods genade niet vertwijfelen, noch in de zonden blijven liggen, overmits de Doop een zegel en ontwijfelbaar getuigenis is, dat wij een eeuwig verbond met God hebben.
En hoewel de kinderen der Christenen, niettegenstaande zij deze dingen niet verstaan, uit kracht des verbonds moeten gedoopt worden, zo is het nochtans niet geoorloofd de volwassenen te dopen, tenzij die tevoren, hun zonden gevoelende, belijdenis doen van hun boetvaardigheid en van hun geloof in Christus.
Want om deze oorzaak heeft niet alleen Johannes de Doper, predikende naar het gebod Gods den doop der bekering tot vergeving der zonden, diegenen, die hun zonden beleden, gedoopt (Markus 1 : 4, 5, en Lukas 3 : 3), maar heeft ook onze Heere Jezus Christus Zijn apostelen bevolen al de volken te onderwijzen en hen te dopen in denNaam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes (Mattheüs 28 : 19), dezebelofte daarbij voegende, dat die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden (Markus 16 : 16);
gelijk ook de apostelen (zoals blijkt uit de Handelingen der Apostelen hoofdstuk 2 : 38, en 8 : 36, 37, en 10 : 47, 48, en 16 : 14, 15, 31, 32, 33), volgens dezen regel, geen andere volwassenen gedoopt hebben, dan die belijdenis deden van hun boetvaardigheid en geloof.
Daarom is het ook heden ten dage niet geoorloofd enige andere volwassenen te dopen, dan die de verborgenheden desHeiligen Doops uit de prediking van het heilig Evangelie geleerd hebben en verstaan, en daarvan, mitsgaders van hun geloof, door belijdenis des monds weten rekenschap te geven.

Opdat wij dan deze heilige ordening Gods, tot Zijn eer, tot onzen troost, en tot stichting der gemeente uitrichten mogen, zo laat ons Zijn heiligen Naam aldus aanroepen:

O almachtige, eeuwige God; Gij Die naar Uw streng oordel de ongelovigen Noach zijn acht zielen uit Uw grote barmhartigheid behouden en bewaard; Gij Die den verstokte Farao mert al zijn volk indeRode Zee verdronken hebt, en Uw volk Israël droogvoets daardoor geleid, door hetwelk de Doop beduid werd; wij bidden U, bij Uw grondeloze barmhartigheid, dat Gij dezen persoon genadiglijk wilt aanzien, en door Uw Heiligen Geest Uw Zoon Jezus Christus inlijven; opdat hij met Hem in Zijn dood begraven worde, en met Hem moge opstaan in een nieuw leven;
opdat hij zijn kruis, Hem dagelijks navolgende, vrolijk dragen moge, Hem aanhangende met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde; opdat hij dit leven (hetwelk toch niet anders is dan een gestadige dood) om Uwentwil getroost verlate, en ten laatsten dage voor den rechterstoel van Christus, Uw Zoon, zonder verschrikken moge verschijnen, door Hem, onzen Heere Jezus Christus, Uw Zoon, Die met U en den Heiligen Geest, éénenig God, leeft en regeert in eeuwigheid. 
Amen.

Aanspraak tot den volwassene, die gedoopt zal worden.

Aangezien gij N. dan ook begeert met het Heiligen Doopsel gedoopt te worden, ten einde het u zij een zegel uwer inlijving in de Kerke Gods, opdat blijke dat gij niet alleen de Christelijke religie aanneemt, waarin gij privatelijk door ons zijt onderwezen, en waarvan gij voor ons belijdenis gedaan hebt, maar ook uw leven daarnaar door Gods genade wilt aanstellen;
zo zult gij voor God en Zijn gemeente hierop ongeveinsdelijk antwoorden:

Ten eerste; of gij geloofd in de enigen waarachtigen God, onderscheiden in drie Personen, Vader, Zoon, en Heiligen Geest, Die hemel en aarde, en alles wat daarin is, uit niet geschapen heeft, en nog onderhoudt en regeert, alzo dat er niets geschiedt, nog in den hemel noch op den aarde, zonder Zijn Goddelijken wil?
Antwoord: Ja.

Ten tweede; of gij geloofd dat gij in zonden ontvangen en geboren zijt, en daarom een kind des toorns zijt, van nature ten goede gans onbekwaam en geneigd tot alle kwaad; en dat gij met gedachten, woorden en werken de geboden des Heeren menigmaal hebt overtreden; en of deze uw zonden u van harte leed zijn?
Antwoord: Ja.

Ten derde; of gij geloofd dat Jezus Christus, Die tegelijk waarachtig en eeuwig God is en waarachtig mens, Die Zijn menselijke natuur uit het vlees en bloed der maagd Maria heeft aangenomen, u tot een Zaligmaker van God geschonken is; en dat gij door dit geloof ontvangt vergeving der zonden in Zijn bloed, en dat gij een lidmaat van Jezus Christus en van Zijn Kerk door de kracht des Heiligen Geestes zijt geworden?
Antwoord: Ja.

Ten vierde; of gij verder al de artikelen der Christelijke religie, gelijk die hier in de Christelijke Kerk uit het Woord Gods geleerd worden, toestemt; en van voornemen zijt, in dezelfde leer tot het einde uws levens standvastiglijk te volharden; en tevens verzaakt alle ketterijen en dwalingen, met deze leer strijdende; en beloofd dat gij in de gemeentschap dezer Christelijke Kerk, niet alleen in het gehoor des Goddelijken Woords, maar ook in het gebruik van het Heilig Avndmaal zult volharden?
Antwoord: Ja.

Ten vijfde; of gij u van harte voorgenomen hebt, altijd christelijk te wandelen, en de wereld en haar kwade begeerlijkheden te verzaken,gelijk het lidmaten van Christus en van Zijn gemeente betaamt; en of gij u aan alle christelijke vermaningen gaarne wilt onderwerpen?
Antwoord: Ja.

daarna bij het dopen spreekt de dienaar des Woords aldus:

N. Ik doop u in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes.

Dankzegging
Almachtige, barmhartige God en Vader, wij danken en loven U dat Gij ons en onzen kinderen, door het bloed van Uw lieven Zoon Jezus Christus, al onze zonden vergeven, en ons door Uw Heiligen Geest tot lidmaten van Uw eniggeboren Zoon, en alzo tot Uw kinderen aangenomen hebt, en ons dit met den Heiligen Doop bezegelt en bekrachtigt.
Wij bidden U dan ook, door Hem, Uw lieven Zoon, dat Gij deze persoon (N.) met Uw Heiligen Geest altijd wilt regeren, opdat hij christelijk en godzaliglijk wandele, en in den Heere Jezus Christus wasse en toeneme, opdat hij Uw Vaderlijke goedheid en barmhartigheid, die Gij hem en ons allen bewezen hebt, moge bekennen, en in alle gerechtigheid, onder onzen enige Leraar, Koning en Hogepriester, Jezus Christus, leve, en vromelijk tegen de zonde, den duivel en zijn ganse rijk strijden en overwinnen moge, om U en Uw Zoon Jezus Christus, mitsgaders den Heiligen Geest, den enigen en waarachtigen God, eeuwiglijk te loven en te prijzen.
Amen.

  • © hersteld hervormde kerk 2018